|
|
RASSTANDAARD van de Shetland Sheepdog
Per 1 juli 2008 heeft de Engelse Kennel Club een nieuwe rasstandaard voor de Shetland Sheepdog goedgekeurd. (Helaas nog even in het Engels.)
Shetland Sheepdog Breed StandardGeneral
Appearance Characteristics Temperament Head and Skull Eyes Ears Mouth Neck Forequarters Body Hindquarters Feet Tail Gait/Movement Coat Colour Size Faults Note Last Updated - July 2008 ---------------------------------------------------------- Rasstandaard van 1987 Algemeen
voorkomen Een
kleine, langharige werkhond van grote schoonheid, in geen enkel opzicht lomp of grof. Symmetrische
belijning zó, dat geen enkel deel van de hond buiten verhouding is als men de hond in
zijn geheel beschouwt. De
overvloedige vacht, manen en kraag, de lijn, die het hoofd vormt en de lieve uitdrukking
vormen met elkaar het ideale beeld. Karakteristieke
kenmerken Oplettend,
vriendelijk, intelligent, sterk en actief. Temperament Aanhankelijk en toegewijd voor de eigenaar, afstandelijk tegenover vreemden, nooit zenuwachtig. Hoofd
en Schedel Een
zuiver belijnd hoofd, dat van boven of van opzij gezien een lange stompe wig vormt, die
van het oor naar de neus smaller wordt. De
breedte van de schedel moet evenredig zijn aan de lengte van de schedel en aan de lengte
van de voorsnuit, waarbij het geheel in verhouding tot de maat van de hond bekeken moet
worden. De
schedel moet vlak zijn, matig breed tussen de oren, terwijl de achterhoofdknobbel niet mag
uitsteken. De
wangen vlak en vloeiend overgaand in een mooie ronde voorsnuit. De schedel en de voorsnuit
moeten van gelijke lengte zijn, gemeten vanuit het binnenste van de ooghoek. De bovenkant
van de schedel moet parallel lopen met de bovenkant van de snuit, met een lichte, maar
duidelijke stop. Neus,
lippen en oogranden zwart. De
uitdrukking, die zo kenmerkend is voor het ras, wordt verkregen door het volmaakte
evenwicht en samengaan van schedel en voorsnuit, de vorm, kleur en plaatsing van de ogen
en juist geplaatste en gedragen oren. Snuit De kaken
gelijk aan elkaar, welgevormd en sterk met een goed ontwikkelde onderkaak. Lippen strak.
Gebit gaaf met een volmaakte, regelmatige en compleet scharende beet, d.w.z.: het
bovengebit moet het ondergebit dicht overlappen en met de kaken een rechte hoek vormen.
Een compleet gebit met 42 juist geplaatste tanden en kiezen is hoogst gewenst. Ogen Middelmatig
groot en schuin geplaatst, amandelvormig. Donkerbruin, behalve bij blue merles, waar één
of beide ogen blauw mogen zijn of met blauwe vlekjes. Oren Klein,
matig breed bij de aanzet, mooi dicht bij elkaar geplaatst boven op de schedel. In rust
naar achter gelegd; bij aandacht naar voren gebracht en half opgericht gedragen met de tip
naar voren vallend. Hals
Gespierd, goed gebogen, lang genoeg om het hoofd trots te kunnen dragen. Voorhand De
schouders zeer goed naar achter geplaatst. Bij de schoften worden zij slechts door de
wervels gescheiden, maar de schouderbladen moeten schuin naar buiten aflopen zó, dat de
ribben de gewenste welving kunnen hebben. Schoudergewricht goed gehoekt. Bovenarm en
schouderblad ongeveer gelijk in lengte. De afstand schoft tot elleboog en elleboog tot
grond moet gelijk zijn. Het voorbeen moet van voren gezien recht zijn, gespierd en goed
gevormd met sterke botten. Polsen sterk en soepel. Lichaam Van de
schouderpunt tot aan het laagste punt van het kruis een klein beetje langer dan de
schofthoogte. Borst diep, tot de punt van de elleboog reikend. Ribben goed gewelfd,
terwijl de onderste helft naar beneden toe smal toeloopt, zodat de schouders en de
voorbenen zich vrij kunnen bewegen. Rug recht, de lenden sierlijk gelijnd, het kruis geleidelijk naar achter
aflopend. Achterhand De dijen
breed en gespierd, terwijl de botten van het dijbeen met het bekken een rechte hoek
vormen. Het kniegewricht heeft een duidelijke hoeking. Het spronggewricht is strak
belijnd, scherp gebogen, fraai naar beneden aflopend, met sterke botten. Het
spronggewricht moet van achter gezien recht zijn. Voeten Ovaal, de
zolen goed gevuld, de tenen gebogen en dicht bij elkaar. Staart Laag
aangezet, de staartwervels lopen puntig toe en reiken tenminste tot aan het
spronggewricht. Overvloedige beharing en licht naar boven gebogen. Mag bij beweging iets
hoger gedragen worden, maar nooit boven de ruglijn uitkomen. In geen geval geknikt. Gangwerk Lenig,
vloeiend en sierlijk, met stuwing uit de achterhand, de hond moet met zo weinig mogelijk
inspanning een zo groot mogelijk oppervlak van de grond beslaan. In telgang lopen, breien,
rollen of een stijf gangwerk, waarbij de benen stijf en steil op en neer worden bewogen,
is hoogst ongewenst. Vacht Dubbel,
bovenvacht met lang, hard en recht haar, ondervacht zacht, kort en dicht. Kraag en manen
zeer overvloedig, de voorbenen fraai bevederd. De achterbenen boven het spronggewricht
rijkelijk met haar bedekt, onder het spronggewricht met kort haar. Snuit en voorhoofd met
kort haar. Exemplaren met kortharige vacht hoogst ongewenst. Kleur Sables
effen of met zwarte haarpunten, elke kleurnuance tussen licht goudkleurig en
mahoniekleurig, maar wel warm van tint. Wolfkleurig sable en grijs sable ongewenst.
Tricolours diep zwart op het lichaam, bij voorkeur met warmbruine aftekening. Blue merles
helder zilverkleurig blauw, zwart gemarmerd en met zwarte vlekjes. Bij voorkeur met
warmbruine aftekening, maar het ontbreken daarvan wordt niet als fout gerekend. Zware
zwarte platen, lei- of roestkleurige tinten in boven- of ondervacht hoogst ongewenst; de
algemene indruk moet blauw zijn. Zwart
& wit en zwart & bruin zijn ook erkende kleuren. Witte aftekeningen mogen (behalve
bij zwart & bruin) voorkomen op de bles, de kraag en de borst, de poten en de
staartpunt. De
voorkeur gaat uit naar het aanwezig zijn van alle witte aftekeningen of sommige ervan
(behalve bij zwart & bruin), maar het ontbreken van witte aftekeningen behoort niet
gestraft te worden. Witte platen op het lichaam zijn hoogst ongewenst. Maat
Ideale hoogte aan de schoft gemeten: reuen 37 cm. (14,5
inch), teven 35,5 cm. (14
inch). Fouten Elke
afwijking van de voorafgaande punten moet als fout worden beschouwd en hoe ernstiger de
fout, des te zwaarder zal hij aangerekend worden. Opmerking:
Reuen moeten twee duidelijk normale testikels hebben, die volledig in het scrotum zijn
ingedaald. Goedgekeurd
door de Algemene Vergadering F.C.I. te Jeruzalem op 23 en 24 juni 1987.
|