Onze
puppen worden op een leeftijd van omstreeks 6-7 weken getest op een aantal oogafwijkingen.
Ook de teefjes waarmee gefokt is, worden nogmaals onderzocht op oogafwijkingen
wanneer zij 6 jaar oud zijn.
Dit gebeurt door een daarvoor opgeleide oogspecialist.
De W.K.Hirschfeldstichting heeft bevoegde oogspecialisten aangewezen, waar men als fokker
voor deze onderzoeken terecht kan.
U kunt dan als uitslag krijgen:
VRIJ Uw sheltie vertoont geen verschijnselen van de
oogziekte. Dit betekent niet dat uw sheltie de afwijking niet kan doorgeven aan eventuele
nakomelingen. Uw sheltie kan namelijk drager zijn. Ook is het bij sommige oogafwijkingen
mogelijk dat uw hond de afwijking later alsnog krijgt.
NIET VRIJ Uw sheltie
vertoont symptomen van de erfelijke oogziekte.
TWIJFELGEVAL Uw sheltie vertoont kleine afwijkingen passend
in het beeld van de oogziekte. Onderzoek in een later stadium moet dit beeld bevestigen.
ONBESLIST De ogen van uw sheltie laten zeer geringe
afwijkingen zien, die mogelijk passen bij het beeld van de erfelijke oogziekte, maar die
niet voldoende uitgesproken zijn.
"Onbeslist"betekent niet dat de oogspecialist het niet weet!
Er zijn wel afwijkingen van het normale beeld van de ogen aanwezig, maar ze zijn niet
duidelijk genoeg aanwezig om uw sheltie "niet vrij" te verklaren.
Als de oogspecialist een aandoening aantreft wordt die in de
toelichting vaak middels een afkorting weergegeven. Onderstaand vindt u in
alfabetische volgorde - een overzicht van de in de uitslagen genoemde afkortingen c.q.
gebruikte termen en een korte toelichting op de betreffende aandoening.
| Afkorting / Benaming |
Naam aandoening |
Beschrijving aandoening |
Gevolgen |
Erfelijkheid |
| AHP |
Arteria Hyaloidea Persistens |
betekent dat er resten
achtergebleven zijn van de embryonale bloedvaten (Arteria) die tijdens de ontwikkeling van
het oog de lens hebben voorzien van zuurstof en voedingsstoffen.
Deze "littekens" zijn blijvend (persistens). |
Voor
zover bekend leidt AHP niet tot hinder voor de hond of verlies van gezichtsvermogen |
Het is niet bewezen dat AHP
erfelijk is. |
| CAT |
Cataract |
Cataract (staar) is een
vertroebeling van de lens en/of het lenskapsel. Cataract kan aan 1 of aan beide ogen
voorkomen. |
De mate waarin Cataract voorkomt
varieert van een beperkt gezichts-
vermogen (vlekkerige / mistige ooglens) tot blindheid |
Er is een erfelijke en een niet
erfelijke vorm van Cataract. Er bestaat nog geen zekerheid over de precieze wijze van
vererving. |
| CEA |
Collie Eye Anomaly |
zie uitleg onder deze tabel. |
zie uitleg onder deze tabel. |
zie uitleg onder deze tabel. |
| CH |
Choroidal Hypoplasia |
Choroidal Hypoplasia is een andere
benaming voor CRD. |
Zie CRD. |
Zie CRD. |
| COL |
Coloboma |
Coloboma wil zeggen dat er als
gevolg van een sluitingsdefect oneffenheden in het netvlies voorkomen |
Coloboma geeft alleen bij hoge
uitzondering problemen met het gezichtsvermogen. |
De wijze van vererven van Coloboma
is nog niet helemaal duidelijk. |
| CRD |
Chorioretinale Dysplasie |
CRD is de mildste vorm van CEA. Bij
CRD zijn er kleine gedeelten van het netvlies/vaatvlies niet goed aangelegd. |
CRD geeft geen moeilijkheden met
het kunnen zien voor de hond. |
Er zijn meerdere genen betrokken
bij het vererven van CRD. |
| Disti |
Distichiasis / Ectopische Cilie |
Dit is
abnormale haargroei in de ooglidrand en op andere plaatsen zoals in de bindvliezen. |
De
haartjes kunnen door voortdurende irritatie leiden tot beschadigingen van het hoornvlies. |
De
vererving van distichiasis is nog niet helemaal duidelijk |
| MPP ( of PPM) |
Membrana Pupillaris Persistens |
Het
blijven zitten van delen van het vaatvliesje, dat normaal gesproken ongeveer 4 weken na de
geboorte verdwijnt. Er zijn 3 varianten van MPP: iris-iris, iris-hoornvlies en iris-lens. |
MPP
leidt in de meeste gevallen niet tot hinder voor de hond of verlies van gezichtsvermogen. |
MPP is
bij shelties (nog) niet bewezen erfelijk te zijn. |
| MFRF
of MRF |
Multifocal Retinal Folds (Focale Retina
Dysplasie) |
Dit
zijn plooitjes in het netvlies. Deze plooitjes worden gladgetrokken naarmate de pup
groeit en de ogen dus ook groter worden. |
De
milde (focale) vorm veroorzaakt geen verlies van gezichtsvermogen. In ernstige mate (de
geografische en totale vorm) kunnen er wel problemen optreden. |
Bij de
Sheltie zien we meestal de focale vorm. MRF komt in vele hondenrassen voor en hoe
het zich vererft is nog onduidelijk. |
| N |
--- |
Oogzenuw |
--- |
--- |
| OD |
--- |
Rechteroog |
--- |
--- |
| OS |
--- |
Linkeroog |
--- |
--- |
| OU |
--- |
Beide ogen |
--- |
--- |
| PHTVL / PHPV |
Persisterende
hyperplastische tunica vasculosa lentis/primair vitreum |
De
lens vertoont pigmentstippeltjes (graad 1) of ernstiger afwijkingen (graad 2 t/m 6). |
Bij
graad 1 heeft de hond geen last.
Bij graad 2 tot en met 6 is de lens troebel of misvormd. De hond wordt op jonge leeftijd
blind of wordt zelfs blind geboren. |
Waarschijnlijk
in de meeste gevallen veroorzaakt door een autosomaal (door beide ouderdieren doorgegeven)
incompleet dominant gen (tussenvorm dominant en recessief). |
| RD |
Retina
Dysplasie |
Dit is
een netvliesafwijking, waarbij er plooitjes in het netvlies zijn. Het aantal kan beperkt
zijn, maar ook ernstiger vormen komen voor. De ernstiger vormen kunnen leiden tot totale
netvliesloslating. |
Bij de
ernstige vormen is er sprake van beperking (en zelfs verlies) van het gezichtsvermogen. |
Het
gen dat verantwoordelijk is voor RD vererft incompleet dominant. |
| + / ++ |
Indicatie voor de ernst van de
aandoening |
--- |
--- |
--- |
C.E.A. (oogafwijking)
CEA = Collie Eye Anomaly
CRD = Chorioretinale Dysplasie, één van de vormen waarin CEA voorkomt.
Wat is CEA?
De Collie Eye (= oog) Anomaly (= aangeboren abnormaliteit) of CEA is een verzamelnaam
van een groep aangeboren ontwikkelingsstoornissen van het netvlies/vaatvlies en de
achterwand van het oog bij de Collies en de Shetland Sheepdog (Sheltie). De afwijkingen
komen meestal aan 2 ogen voor, maar kunnen ook aan 1 oog voorkomen.
Verschijnselen
De lichtste afwijking kan bestaan uit een overmatige kronkeling van de netvliesvaten.
(tortuosity = TORT). Alleen zeer uitgesproken vaatafwijkingen worden als CEA aangeduid.
Een andere vorm is de chorioretinale dysplasie (CRD), waarbij kleine gebiedjes netvlies
- vaatvlies verkeerd zijn aangelegd. Ook bij CRD komen overgangsvormen voor waarbij het
niet zeker is of de hond net wel of net niet als "vrij van CEA" moet worden
beschouwd.
Zowel TORT als CRD geven geen problemen met het gezichtsvermogen.
Een derde type afwijking bij CEA wordt gevormd door de sluitingsdefecten of colobomata
(= Col). Een colobomata geeft alleen bij hoge uitzondering problemen met het
gezichtsvermogen, zelfs als zij erg groot zijn en/of in de papil of blinde vlek liggen.
Vooruitzichten.
CEA is niet progressief. Honden met CEA kunnen beter van de fok worden uitgesloten. Zij
blijven echter als huishond heel geschikt. Dit vooral omdat men niet bang hoeft te zijn
dat het oog alsnog slechter wordt.
Hoe en wanneer is CEA vast te stellen?
In het kader van de bestrijding van CEA is het het beste de pups op een leeftijd van 6
tot 7 weken door een oogspecialist op CEA te laten controleren.
Oorzaak.
CEA is een erfelijke afwijking.
Preventie.
Door fokmaatregelen is CEA goed te bestrijden.
Doordat men de pups op een leeftijd van ongeveer 6-7 weken laat onderzoeken, kan men bij
het fokken beschikken over deze gegevens.
Overgenomen uit: "erfelijke oogafwijkingen" van de W.K.
Hirschfeldstichting. |